WULPEN MIJN LAND.
Een rode bol klimt uit de Koolhofvaart,
z'n prille licht verlaagt de nacht,
over Allaertshuizen schijnt de morgenzon
omdat een nieuwe dag begon.

Aan 't Schoudervliet, kraait een vroege haan.
Een reiger zweeft over het lis.
Een traktor tjokt over de Toekomstlaan.
Een boer die weet wat werken is.

De Geushoek ligt nog in de morgendauw,
verscholen achter 't Langgeleed,
't Labeur verdrijft algauw de morgenkou.
Het land moet voor de oogst gereed.

REFREIN :
Dit, dit is mijn land.
Dit is Gods hand.
Laten wij danken.
Dank voor dit land.
Dank voor Gods hand.
Dank voor dit huis.
Wulpen mijn thuis.

De wind waait over het Westhoekland.
Om 't putje waar een kaarsje brandt.
De warande slaapt nog even rustig door
't verkeer passeert niet meer langs voor.

De geur van bermgras langs de Conterdijk
de kleur der huizen langs de Dijk
de villa's in de nieuwe Kerkwijk
is dat geen beetje Hemelrijk

REFREIN